maandag 31 december 2007

Potosi

Ik wilde naar Potiosi vanwege de (zilver)mijnen.
Eerst de stad:
Het is de hoogste stad ter wereld van meer dan 100000 inwoners (4000 m). Ik was gewaarschuwd dat het koud zou zijn en zou regenen, maar ik heb geluk, niets van dat al.

Potosi was onder de Spanjaarden de belangrijkste stad in zuid-Amerika. De hele welvaart van Europa komt hier vandaan. In die dagen was het ook de mooiste stad ter wereld en Karel V benoemde het tot keizersstad.
Het is inderdaad een mooie stad, erg levendig, maar zeker niet meer zo welvarend.
Na aankomst moest ik prioriteiten stellen, want er is veel te zien. Eerst Casa de la Moneda. De vroegere munten werden hier geslagen. De hele historie is er te zien, van handwerk, via stoom en electriciteit tot ... niets... De huidige Boliviaanse munt wordt in Spanje gemaakt (goedkoper). Raar verhaal terwijl het vroeger andersom was.
In de avond naar een café geweest waar een geode Andes band speelde.

Zaterdag was mijn mijn dag.
De mijnen hebben een belangrijke en gruwelijke hiostorie.
De Inca's exploiteerden ze al en lieten er overwonnen volken als dwangarbeiders werken. De Mita dwong ze een deel van de opbrengst af te dragen aan de Inca.
Toen de Spanjaarden kwamen, op zoek naar zilver, werden ze door Hualca, een hoogvlakte indiaan naar de 'mooie berg' (Sumaj Orcko) geleid, die ze subiet Cerro Rico noemden. Sindsdien wordt de berg ook wel 'duivels berg' genoemd. Millioenen mensen zijn hier omgekomen door vergiftiging, instortingen en de zware arbeid.
Rond 1900 zakte de aktiviteiten in, maar na het vinden van tin kreeg het weer een opleving. Rond 1980 stopte Comibol (de Boliviaanse maatschappij) vanwege inefficiency met mijnen. Ze hebben gestimuleerd dat de mijnwerkers zelfstandig, in cooperaties het mijnen zouden voortzetten.
Er werken nu ongeveer 15000 mijnwerkers, waaronder 2000 kinderen tussen 10 en 16 jaar (illegaal, maar niemand controleert het en ze hebben vaak geen keus, omdat ze kostwinner zijn, als vader al is overleden). In Nederland is kinderarbeid pas sinds 100 jaar verdwenen!!! (lopen ze hier 100 jaar achter?) Er zijn 27 cooperaties. Ze leveren hun stenen aan private (buitenlandse) ondernemingen, voor verdere verwerking.
De gemiddelde levensverwachting van de mijnwerkers is 40 jaar.
De veiligheidsmaatregelen zijn feitelijk minder dan het minimum. Stofmaskers zijn duur dus dragen ze die niet (asbest!!!).
Mijnwerkers hebben relatief een hoog inkomen en als ze lid zijn van de cooperatie ook enige sociale zekerheid.
God is belangrijk voor ze maar Tio (de duivel) minstens zo belangrijk. Ze brengen offers aan de duivel, want die moet ze beschermen.
Sinds 8 jaar hebben ze een electrische takel om zaken met stenen omhoog te takelen, maar voor die tijd droegen ze die zelf omhoog.

Mijn bezoek was indrukwekkend, en ik zou zeggen een van de zwaarste 'expedities' die ik ooit heb gehad. De kombinatie van hoogte, stof, het masker, de nauwe ruimte en de temperatuur waren verschrikkelijk.
We liepen, klommen en kropen door twee niveaus van de nauwe gangen. Behalve de mijn hebben we ook de nabewerking (zeverij) bezocht, een en al giftige stoffen in open bakken.
We hadden kadeautjes bij ons voor de mijnwerkers die ze dankbaar aanvaarden.

Het was een zeer indrukwekkende ervaring en met respect voor de mensen die hier werken heb ik een heel dualistisch gevoel. De mensen hier hebben vaak geen keus. Veiligheid is absoluut beneden de maat. Hun inkomsten zijn tamelijk hoog en ze zitten in een sort spagaat (slaaf van zichzelf). De overheid schijnt plannen te hebben om hun positie te verbeteren. Werd tijd!!!

Potosi

I wanted to go to Potosí because of the (silver)mines.
First the town. It is the highest town (of more than 100000 people) in the world (4000 m). They had warned me that it would be cold and that it would rain a lot. I am a lucky guy, none of that kind.

Potosí was the most important town in S-America for the Spaniards. The wealth of Europe originated here. In those days it was also the most beautiful town in the world and Charles V made it the Emperors town.
It is indeed a nice place, very vivid, of course not wealthy any more.
After arrival I had to prioritize, because there are many things to see.
First visit: Casa de la Moneda, the factory where, in former days, the coins were made, also those of Spain. Coin producing is very well presented, from hand work, via steam driven and electrical driven to …. nothing… The Bolivian coin is made in Spain nowadays (cheaper), is that not a weard story?It is the most important and biggest colonial building of America, and now a museum.
At night I visited a café where a good Andes band was playing.

Saturday was my mining day.
The mines have an important and cruel history. In use since Inca times. The Incas let the defeated people work in the mines under the ´Mita´ (forced labor, and laborers had to pay a tax to the Inca). When the Spaniards came, eager to get silver, Hualpa (an Indian from the Altiplano) showed them where Sumaj Orcko was ('nice mountain'). The Spaniards changed its name in Cerro Rico. Since that time the mountain is also called 'Devil's mountain'.
Millions of people have died here a early dead because of accidents, poisoning (chemicals), and hard labor.
In 1900 silver mining dried out. A revival started after discovering tin. But in 1980 Comibol (the Bolivian mining company) stopped mining, inefficient. They stimulated that the miners went on as cooperations.
About 15000 miners are working here (of which 2000 children between 10 and 16, this is illegal, but nobody checks it, and most of them have no choice, if the father is dead they provide the income). Now I realize that children's labor has been stopped in Holland only since about 100 years!!! (Are Bolivians 100 years behind?) There are 27 cooperations. They deliver their stones to a lot of (mostly foreign-owned) big companies. Labor conditions are very bad. Average life expectancy is 40 years (accidents, asbestos etc.). Safety measures are taken, but less than the minimum. They have to pay for it themselves and a dust mask is too expensive (more expensive than their lives???).
Miners get a reasonable income and some social security (but they have to be member of the cooperation).
God is important for them, but Tio (the devil) at least as important, they bring offers to him because he has to protect them.
Only since 8 years the miners have an electrical hoist to lift 50 kg bags of stones, before that time they carried them upstairs.

My visit was very interesting and I would say one of the heaviest tours I ever made. The dust, the mask, the temperature, the altitude and the narrow space gave me sometimes a desperate feeling.
We walked, climbed and crawled throughout two levels. We also visited the flotation department. A lot if chemistry in open vessels. We brought presents for the miners which they appreciated very much.

It was a real experience, with respect to those people who are working here and very impressive. I have a dual feeling. People have about no choice. Their income is quite good, the safety is very bad and they are in a kind of squeeze. Government seems to have plans to improve their position, it is about time.