zondag 2 december 2007

Lago Titicaca


Zaterdag ochtend werden we vanaf onze hotels (in Puno) opgehaald om naar het Titicacameer te gaan. Dit meer ligt op de grens van Peru en Bolivia en is het hoogst bevaarbare meer ter wereld (3850 m). Titicaca betekent in Aymara 'Poema Haas', de vorm is alsof een Poema een haas vangt. Het is tevens het grootste meer van Z-Amerika.

We waren met 9 mensen (3 USA, 2 Korea, 1 Belgie, 1 Nw Zeeland, 1 Frankrijk en ikzelf).

De eerste aanleg plaats was een van de drijvende eilanden, ook wel Uros eilanden genoemd naar de bewoners (Uros indianen, die overigens zijn uitgestorven, het zijn nu Aymara indianen). Deze mensen wonen op deze riet-eilanden al meer dan 1000 jaar. Er zijn er ongeveer 40, waarvan de helft voor touristen toegankelijk. Zowel het eiland als de hutten zijn helemaal van riet gemaakt, wat overigens ook eetbaar is, het smaakt naar niets. Op een eiland wonen mensen in ijzeren hutten die ze van de Adventist kerk hebben gekregen bij hun bekering tot dat geloof. Sarah (USA) en ik maken nog een (roei) boottocht met een rieten boot, zoiets als de Kontiki van Thor Heyerdaal, waarna we op een ander drijvend eiland op onze boot stappen. De anderen hadden geen belangstelling.

Dan gaan we op weg naar Amantani, een vast eiland waar we zullen overnachten bij gastgezinnen. Het is 3 uur varen. In de haven worden we opgewacht door onze gastvrouwen die ons naar hun huis brengen. Ik slaap samen met Laurent in het huis van Olga. Primitief, maar proper. Olga woont daar samen met haar zus en ouders.

Op Amantani wonen ca. 4000 mensen (700 families) waarvan ca. 400 gastgezinnen vormen die bij toerbeurt gasten ontvangen. Hotels worden niet toegestaan want dat zou deze economie ruineren.

De lunch is zwaar en bestaat vooral uit aardappelen. Er zijn in Peru 240 typen aardappelen en het vormt altijd het hoofdgerecht, zonder groente. Geen wonder dat veel mensen hier ongeveer even dik als lang (kort) zijn. Na de lunch beklimmen we de Pachatata, een pre-Inca tempel, die nog steeds voor offerandes wordt gebruikt. Pachatata is het hoogste punt van het eiland.

Het diner wordt samen genuttigd met het gezin in hun zeer primitieve keuken, onder het genot van veel koolmonoxide. Een open houtvuurkookkachel (van steen), twee klei-bankjes en een laag 2 persoonstafeltje, was alles. De familie eet zittend op de grond. Het was nog primitiever dan de keukens in het Sta Catalinaklooster in Arequipa, en dat stamt uit 1580.

Er is electriciteit op het eiland, maar die doet het niet vanwege de hoge olieprijzen. Sommige huizen hebben een zonnepaneel (wat een tegenstelling!!!).

Na het diner gaan Olga en ik, beide in traditionele klederdracht naar een Fiesta, speciaal voor de gasten georganiseerd met hun gastvrouwen.

Een Andes band en veel toeristen met hun gastvrouwen maakten het feest al gauw gezellig. Ik wist echter dat Olga dit meer deed uit verplichting (het arrangement) dan dat ze er zin in had, dus we hebben een paar (primitieve) dansjes gemaakt, een drankje gedronken en wat foto's gemaakt. Na een uur heb ik een einde aan haar 'leiden' gemaakt (ik was ook moe, ik slaap slecht op deze hoogte, kortademigheid). Lopen door het stikdonker en de regen op dit onbekende eiland was een avontuur, maar gelukkig had ik een goede gids.

Zondagochtend na het ontbijt met de boot naat eiland Taquile op 1 uur afstand. Op dit eiland is de touristeneconomie ongeveer op dezelfde (zelfregulerende) leest geschoeid. We hebben over het prachtige eiland gewandeld en er geluncht.

Op Taquila dragen mannen en vrouwen traditionele kleding waaraan te herkennen is of ze vrijgezel of getrouwd zijn.


Opvallend in deze dagen het gigantische verschil in cultuur en welstand.


Om ca. 15:00 waren we terug in Puno. Het weer was wederom perfect, behalve gisteren avond en vannacht.

Lake Titicaca


Saterday morning the guide came to get us at our hotels (in Puno). We were with 9 people (2 Koreans, 3 USA, 1 Nw Zealand, 1 Belgium, 1 France and me). We went for Lago Titicaca. This lake is the highest navigable lake in the world (3812 m), it is situated on the border of Peru and Bolivvia and it is the biggest lake of S-America. Titicaca means Puma-Hare because it has the shape of a puma catching a hare.

Embarcation on our boat and going to the floating islands, Uros they are called because of the Uros people. Actually there are living no Uros-indians anymore but Aymara. The islands are made out of cane and people are living there already for a very long period and not only as a tourist attraction. There are about 40 islands and there are schools and churches. Houses are also made out of cane. The cane is very eatable but tastes like nothing. On a few islands there are iron houses given to the people by the Adventist church as a gift for people's conversion.

One of the USA girls and I went for a cane boat trip (like the Kontiki of Thor Heyerdael) to another island where we embarked our own boat again.

The trip to Amantani took about 3 hours. On arrival, our hostesses were waiting for us, in their beautiful traditional clothes, and brought us to their homes. The French guy (Laurent) and I slept with one family. A simple but clean room. Lunch, diner and breakfast was with the family. Our hostess is called Olga. After (a heavy potatoe) lunch we went up the Pachatata, the highest point of the island and an old pre-Inca temple. Still in use for offerings. About the potatoes:there are 240 types and it is always the maincourse (about no vegetables). No wonder that the proportions of the local people are amost as thick as their length.

We had diner together with the family in their primitive kitchen. A stove (and a lot of carbon monoxides), a 2 persons table and 2 clay benches, apparently only for the guests. The family ate sitting on the ground. This was less than the type of luxury I saw in the Sta Catalina monastery in Arequipa, and that dates from 1580.

Of the 4000 people (700 families) living on this island there are about 400 guest families which receive guests in rotation. There are no hotels, that would ruin the economy.

After diner there was a Fiesta. An Andean band and the tourists with their hostesses, everyone in traditional clothes.Olga and I went there and made a few dances (very simple), drank a drink and made a few pictures. After an hour I finished our fiesta, because I new that Olga saw it only as an obligation (part of the arrangement), and I was very tired (I sleep very badly at this altitude).

On the island are electrical connections, but hey are not in use (Diesel is too expensive). Some houses have their own solar panels (strange combination with middleaged kitchen). Walking back in the dark and in the rain was quite an adventure, but Olga was my guide.

After breakfast we went by boat to Isla Taquile (1 hour). We walked around that island and had lunch. This island is somewhat more touristic, but with the same system of selfregulation by the population. People on Taquila wear beautiful clothes on which you can recognise whether they are single or married (men from their hats, women from their skirts).


Most striking in these days: big difference in culture and level of wealth.

At about 15:00 we were back. The wheather, again was perfect, only last night it rained.