Zaterdag ochtend werden we vanaf onze hotels (in Puno) opgehaald om naar het Titicacameer te gaan. Dit meer ligt op de grens van Peru en Bolivia en is het hoogst bevaarbare meer ter wereld (3850 m). Titicaca betekent in Aymara 'Poema Haas', de vorm is alsof een Poema een haas vangt. Het is tevens het grootste meer van Z-Amerika.
We waren met 9 mensen (3 USA, 2 Korea, 1 Belgie, 1 Nw Zeeland, 1 Frankrijk en ikzelf).
De eerste aanleg plaats was een van de drijvende eilanden, ook wel Uros eilanden genoemd naar de bewoners (Uros indianen, die overigens zijn uitgestorven, het zijn nu Aymara indianen). Deze mensen wonen op deze riet-eilanden al meer dan 1000 jaar. Er zijn er ongeveer 40, waarvan de helft voor touristen toegankelijk. Zowel het eiland als de hutten zijn helemaal van riet gemaakt, wat overigens ook eetbaar is, het smaakt naar niets. Op een eiland wonen mensen in ijzeren hutten die ze van de Adventist kerk hebben gekregen bij hun bekering tot dat geloof. Sarah (USA) en ik maken nog een (roei) boottocht met een rieten boot, zoiets als de Kontiki van Thor Heyerdaal, waarna we op een ander drijvend eiland op onze boot stappen. De anderen hadden geen belangstelling.
Dan gaan we op weg naar Amantani, een vast eiland waar we zullen overnachten bij gastgezinnen. Het is 3 uur varen. In de haven worden we opgewacht door onze gastvrouwen die ons naar hun huis brengen. Ik slaap samen met Laurent in het huis van Olga. Primitief, maar proper. Olga woont daar samen met haar zus en ouders.
Op Amantani wonen ca. 4000 mensen (700 families) waarvan ca. 400 gastgezinnen vormen die bij toerbeurt gasten ontvangen. Hotels worden niet toegestaan want dat zou deze economie ruineren.
De lunch is zwaar en bestaat vooral uit aardappelen. Er zijn in Peru 240 typen aardappelen en het vormt altijd het hoofdgerecht, zonder groente. Geen wonder dat veel mensen hier ongeveer even dik als lang (kort) zijn. Na de lunch beklimmen we de Pachatata, een pre-Inca tempel, die nog steeds voor offerandes wordt gebruikt. Pachatata is het hoogste punt van het eiland.
Het diner wordt samen genuttigd met het gezin in hun zeer primitieve keuken, onder het genot van veel koolmonoxide. Een open houtvuurkookkachel (van steen), twee klei-bankjes en een laag 2 persoonstafeltje, was alles. De familie eet zittend op de grond. Het was nog primitiever dan de keukens in het Sta Catalinaklooster in Arequipa, en dat stamt uit 1580.
Er is electriciteit op het eiland, maar die doet het niet vanwege de hoge olieprijzen. Sommige huizen hebben een zonnepaneel (wat een tegenstelling!!!).
Na het diner gaan Olga en ik, beide in traditionele klederdracht naar een Fiesta, speciaal voor de gasten georganiseerd met hun gastvrouwen.
Een Andes band en veel toeristen met hun gastvrouwen maakten het feest al gauw gezellig. Ik wist echter dat Olga dit meer deed uit verplichting (het arrangement) dan dat ze er zin in had, dus we hebben een paar (primitieve) dansjes gemaakt, een drankje gedronken en wat foto's gemaakt. Na een uur heb ik een einde aan haar 'leiden' gemaakt (ik was ook moe, ik slaap slecht op deze hoogte, kortademigheid). Lopen door het stikdonker en de regen op dit onbekende eiland was een avontuur, maar gelukkig had ik een goede gids.
Zondagochtend na het ontbijt met de boot naat eiland Taquile op 1 uur afstand. Op dit eiland is de touristeneconomie ongeveer op dezelfde (zelfregulerende) leest geschoeid. We hebben over het prachtige eiland gewandeld en er geluncht.
Op Taquila dragen mannen en vrouwen traditionele kleding waaraan te herkennen is of ze vrijgezel of getrouwd zijn.
Opvallend in deze dagen het gigantische verschil in cultuur en welstand.
Om ca. 15:00 waren we terug in Puno. Het weer was wederom perfect, behalve gisteren avond en vannacht.