Eerst de stad:
Het is de hoogste stad ter wereld van meer dan 100000 inwoners (4000 m). Ik was gewaarschuwd dat het koud zou zijn en zou regenen, maar ik heb geluk, niets van dat al.
Potosi was onder de Spanjaarden de belangrijkste stad in zuid-Amerika. De hele welvaart van Europa komt hier vandaan. In die dagen was het ook de mooiste stad ter wereld en Karel V benoemde het tot keizersstad.
Het is inderdaad een mooie stad, erg levendig, maar zeker niet meer zo welvarend.
Na aankomst moest ik prioriteiten stellen, want er is veel te zien. Eerst Casa de la Moneda. De vroegere munten werden hier geslagen. De hele historie is er te zien, van handwerk, via stoom en electriciteit tot ... niets... De huidige Boliviaanse munt wordt in Spanje gemaakt (goedkoper). Raar verhaal terwijl het vroeger andersom was.
In de avond naar een café geweest waar een geode Andes band speelde.
Zaterdag was mijn mijn dag.
De mijnen hebben een belangrijke en gruwelijke hiostorie.
De Inca's exploiteerden ze al en lieten er overwonnen volken als dwangarbeiders werken. De Mita dwong ze een deel van de opbrengst af te dragen aan de Inca.
Toen de Spanjaarden kwamen, op zoek naar zilver, werden ze door Hualca, een hoogvlakte indiaan naar de 'mooie berg' (Sumaj Orcko) geleid, die ze subiet Cerro Rico noemden. Sindsdien wordt de berg ook wel 'duivels berg' genoemd. Millioenen mensen zijn hier omgekomen door vergiftiging, instortingen en de zware arbeid.
Rond 1900 zakte de aktiviteiten in, maar na het vinden van tin kreeg het weer een opleving. Rond 1980 stopte Comibol (de Boliviaanse maatschappij) vanwege inefficiency met mijnen. Ze hebben gestimuleerd dat de mijnwerkers zelfstandig, in cooperaties het mijnen zouden voortzetten.
Er werken nu ongeveer 15000 mijnwerkers, waaronder 2000 kinderen tussen 10 en 16 jaar (illegaal, maar niemand controleert het en ze hebben vaak geen keus, omdat ze kostwinner zijn, als vader al is overleden). In Nederland is kinderarbeid pas sinds 100 jaar verdwenen!!! (lopen ze hier 100 jaar achter?) Er zijn 27 cooperaties. Ze leveren hun stenen aan private (buitenlandse) ondernemingen, voor verdere verwerking.
De gemiddelde levensverwachting van de mijnwerkers is 40 jaar.
De veiligheidsmaatregelen zijn feitelijk minder dan het minimum. Stofmaskers zijn duur dus dragen ze die niet (asbest!!!).
Mijnwerkers hebben relatief een hoog inkomen en als ze lid zijn van de cooperatie ook enige sociale zekerheid.
God is belangrijk voor ze maar Tio (de duivel) minstens zo belangrijk. Ze brengen offers aan de duivel, want die moet ze beschermen.
Sinds 8 jaar hebben ze een electrische takel om zaken met stenen omhoog te takelen, maar voor die tijd droegen ze die zelf omhoog.
Mijn bezoek was indrukwekkend, en ik zou zeggen een van de zwaarste 'expedities' die ik ooit heb gehad. De kombinatie van hoogte, stof, het masker, de nauwe ruimte en de temperatuur waren verschrikkelijk.
We liepen, klommen en kropen door twee niveaus van de nauwe gangen. Behalve de mijn hebben we ook de nabewerking (zeverij) bezocht, een en al giftige stoffen in open bakken.
We hadden kadeautjes bij ons voor de mijnwerkers die ze dankbaar aanvaarden.
Het was een zeer indrukwekkende ervaring en met respect voor de mensen die hier werken heb ik een heel dualistisch gevoel. De mensen hier hebben vaak geen keus. Veiligheid is absoluut beneden de maat. Hun inkomsten zijn tamelijk hoog en ze zitten in een sort spagaat (slaaf van zichzelf). De overheid schijnt plannen te hebben om hun positie te verbeteren. Werd tijd!!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten